Les één (1)
Eerste les
Mijn gezin
Dit is mijn gezin: mijn partner, mijn zoon, mijn dochter en ik.
We hebben ook een kat en een hond.
Ik heet Mark. Mijn partner heet Sara.
Ik ben de man van Sara.
We hebben twee kinderen: een jongen en een meisje.
Onze kinderen heten Tom en Lisa.
Tom is twaalf jaar. Lisa is pas acht jaar.
Ons gezin bestaat uit twee volwassenen, twee kinderen en onze huisdieren.
Tom is mijn zoon. Ik ben zijn vader.
Sara is zijn moeder.
Lisa is mijn dochter. Ik ben haar vader.
Sara is haar moeder.
Tom en Lisa zijn onze kinderen.
Wij zijn hun ouders.
Tom is de broer van Lisa.
Lisa is de zus van Tom.
Nu zitten we allemaal thuis.
Ik zit op de bank en drink thee.
Sara zit aan de tafel met haar laptop.
Tom ligt op het tapijt en bouwt met zijn lego.
Zijn zus staat bij het raam.
Ze aait de kat en kijkt naar de hond.