Урок 43 

LES DRIEËNVEERTIG (43)

Drieënveertigste les – Eerste deel

EEN VAKANTIE OP HET PLATTELAND

Toen ik nog jong was, bracht ik mijn zomervakanties vaak door bij een oom die een grote boerderij bezat. Op zijn bedrijf werden verschillende soorten dieren gehouden, wat veel dagelijks werk met zich meebracht. De stallen moesten schoon worden gehouden, paarden kregen voer en werden geborsteld, en elke ochtend en avond werden de koeien gemolken. Ook jonge dieren, zoals kalveren, lammeren en biggen, vroegen veel aandacht. Geiten, schapen en varkens werden verzorgd en op vaste tijden naar de markt gebracht.

Ik was lange tijd niet meer op de boerderij geweest. Toen ik er enkele weken geleden terugkwam, merkte ik dat er veel veranderd was. Alles zag er netjes en verzorgd uit, maar het geheel had minder charme dan vroeger. Vroeger liepen kippen, hanen en kalkoenen vrij rond op het erf, maar nu werden ze in moderne schuren gehouden.

De sloot naast de boerderij was verdwenen, en daarmee ook de eenden en ganzen. Het melken gebeurde nu met machines en veel werk werd overgenomen door tractoren. Soms ziet men nog paarden voor de ploeg, maar dat komt steeds minder vaak voor. Het werk is voor de boer zeker gemakkelijker geworden, maar voor mij is een deel van de sfeer verloren gegaan.

Tweede deel – HET WERK OP DE BOERDERIJ

Hoe laat moest je opstaan wanneer je bij je oom logeerde?
Meestal rond zes uur.

Dat is vroeg. Hielp je dan ook mee?
Zeker, en dat deed ik graag. Vaak was het hooi al binnen en begon juist de graanoogst.

Wat deed je als het weer slecht was?
Dan was er altijd werk binnen: hout hakken of gereedschap controleren en onderhouden. Repareren kon ik niet goed, maar ik hielp wel met schoonmaken en smeren. Soms werkte ik ook mee in de molen.

Had hij een molen? Wat gebeurde er als het niet waaide?
Dan werden de motoren gebruikt. De tijd dat alles alleen van de wind afhing, ligt ver achter ons.

Had je ook vrije dagen?
Ik kon zelf kiezen hoeveel ik werkte. Soms ging ik een dag vissen of wandelen in de omgeving, maar meestal werkte ik toch liever mee.


LES VIERENVEERTIG (44)

Vierenveertigste les – Eerste deel

AAN HET STRAND

Wie van de zee houdt, moet zeker eens een vakantie aan de Nederlandse kust doorbrengen. Langs de westkust, op de Zeeuwse eilanden en de Waddeneilanden liggen veel badplaatsen met duinen en brede zandstranden. In de zomer staan deze stranden vol met strandstoelen, tentjes en ligbedden.

Op het strand ziet men mensen die in de zon liggen en anderen die spelletjes doen. Kinderen spelen graag met zand en water. Ze bouwen kastelen en grachten, die vaak verdwijnen wanneer het water stijgt. Ook schelpen zoeken is populair. Overal hoort men het lachen en roepen van kinderen die in het ondiepe water spelen.

Een tochtje op zee met een vissersboot kan erg prettig zijn, mits het weer rustig is. Voor mensen die van vogels houden, zijn vooral de Noordzee-eilanden aantrekkelijk. Plaatsen zoals Texel en Terschelling staan daar bekend om.

Tweede deel – VAKANTIEPLANNEN

Hebben jullie al plannen voor de vakantie?
Nog niet echt. We denken aan het buitenland, maar de kinderen zijn te jong om alleen achter te laten of mee te nemen. En jij?

Wij gaan eerst naar zee. Daarna maken mijn vrouw en ik samen een autoreis. We proberen elk jaar een tijdje met z’n tweeën weg te gaan.

En wie past er dan op de kinderen?
We hebben een betrouwbare oppas. Voor de kinderen is het bovendien fijner om aan zee te spelen dan om lang in de auto te zitten.

Gaan jullie altijd naar dezelfde plaats?
Nee, we kiezen elk jaar een andere badplaats. Voor de kinderen maakt dat weinig uit: als er maar zand, water en ruimte is om te spelen.

Logeren jullie in een hotel?
Dit jaar huren we een gemeubileerd huis. We hebben ruimte genoeg. Waarom gaan jullie niet met ons mee?
Dat is een geweldig idee. Ik zal het meteen met mijn vrouw bespreken.