Урок 21 

LES EENENTWINTIG (21)

Eenentwintigste les

HET NEDERLANDSE GELD

Wanneer U inmiddels wat Nederlands spreekt, krijgt U misschien de wens om eens naar Nederland op reis te gaan. Voor zo’n bezoek is het handig om vooraf iets te weten over het Nederlandse geld. Wie niet gewend is aan het decimale systeem, vindt het in het begin misschien wat ongewoon, maar het is eenvoudig en snel te leren.

De kleinste munt is de cent. Vijf cent noemt men een stuiver. Tien cent heet een dubbeltje en vijfentwintig cent een kwartje. Daarnaast zijn er metalen munten met een hogere waarde, zoals de gulden en de rijksdaalder.

Het papiergeld bestaat uit verschillende bankbiljetten. Er zijn biljetten van tien, vijfentwintig, vijftig en honderd gulden, maar ook grotere bedragen komen voor, zoals vijfhonderd en duizend gulden.

Zoals U ziet, is het systeem overzichtelijk. Door eenvoudige aankopen te doen en goed op het wisselgeld te letten, raakt men er snel aan gewend. Kost een chocoladereep bijvoorbeeld twintig cent, dan betaalt men met twee dubbeltjes. Heeft men die niet, dan kan men ook een kwartje geven en krijgt men vijf cent terug.


LES TWEEËNTWINTIG (22)

Tweeëntwintigste les

EEN BEZOEK AAN DE BANK

Ik zou graag buitenlands geld willen omwisselen.
Dat is geen probleem, mijnheer. Welke valuta hebt U bij zich?
Ik heb enkele Franse en Zwitserse franken, wat dollars, Deense kronen en ook nog Engels geld. Wilt U het even tellen, alstublieft?

Een moment, ik kijk eerst de wisselkoersen na. Zo, samen komt dat op driehonderd tweeënzeventig gulden en dertien cent. Hoe wilt U het bedrag ontvangen?
Graag driehonderd gulden in biljetten van vijftig, zeventig gulden in biljetten van tien, en de rest in kleingeld.
Zeker, hier is het geld.

Dank U wel. Ik zou hier ook graag een bankrekening willen openen. Hoe moet ik dat regelen?
Daarvoor kunt U het beste met de directeur spreken. Zijn kantoor is aan het einde van de gang. Ik zal U even aankondigen.

Goedemiddag. Mijn naam is Van den Heuvel. Ik zou graag een rekening bij deze bank openen.
Dat kan, mijnheer Van den Heuvel. Welk bedrag wilt U storten?
Ik heb tweeduizend gulden bij me. Dat lijkt mij voorlopig voldoende.

Kunt U misschien enkele referenties geven?
Ja, hier zijn de namen en adressen van twee kennissen van mij die hier ook klant zijn. Is dat genoeg?
Zeker, dat is prima. Dank U wel.