LES VIJFENTWINTIG (25)
Vijfentwintigste les
REIZEN
Tegenwoordig reizen veel mensen, zowel voor hun werk als voor hun vrije tijd, en zij gebruiken daarbij verschillende vervoermiddelen. De fiets is goedkoop en zeer populair in Nederland. Dagelijks ziet men overal fietsers. Langs veel wegen
zijn speciale fietspaden, die officieel rijwielpaden worden genoemd. Een motorfiets is sneller, maar vraagt meer inspanning. Daarom kiezen veel mensen voor de bus of de auto wanneer zij langere afstanden moeten afleggen. Dat is comfortabeler en minder
vermoeiend.
Over zee varen grote schepen van het ene werelddeel naar het andere. Wie snel wil reizen, kan het vliegtuig nemen en zo vrijwel overal ter wereld komen.
Op de afbeelding ziet men een druk treinstation. Op het tweede perron staat een trein die op het punt staat te vertrekken. Reizigers kijken uit het raam, terwijl anderen langs de wagons lopen om nog een plaats te vinden. Op een ander
perron is een trein zojuist aangekomen: sommige passagiers stappen uit, anderen stappen in. Wie nog geen kaartje heeft, moet dit bij het loket kopen, waar men vaak even moet wachten.
Bij kiosken met kranten en tijdschriften zoeken reizigers iets om onderweg te lezen. Bij het bagagebureau melden zich mensen om hun koffers af te geven of op te halen. Anderen wachten in de wachtkamer, waar men meestal iets kan drinken,
tot hun trein vertrekt.
LES ZESENTWINTIG (26)
Zesentwintigste les
OP HET STATION
Kruier, zou U mijn bagage willen meenemen?
Natuurlijk, mijnheer. Met welke trein reist U?
Met de trein van drie vierenvijftig naar Maastricht. Wilt U voor mij een zitplaats in een rookcoupé zoeken en de koffers in het bagagenet leggen? Deze tas houd ik bij me.
Dat zal ik doen. Reist U eerste of tweede klas?
Tweede klas.
Hebt U al een kaartje?
Nog niet. Waar kan ik dat kopen?
Ik zal U naar het loket brengen. Daarna wacht ik U op het perron.
Op welk perron?
Perron vier, mijnheer.
Een kaartje tweede klas naar Maastricht, alstublieft.
Enkele reis of retour?
Enkele reis. Moet ik overstappen?
Nee, deze trein rijdt rechtstreeks naar Maastricht.
Komt U maar mee, mijnheer. Uw coupé ligt net achter de restauratiewagen. Ik heb een plaats voor U gereserveerd en de koffers liggen al bovenin.
Prima, dank U. Kunt U mij ook zeggen hoe laat we aankomen?
Om kwart over zeven.
Uitstekend. Alstublieft.
Dank U wel, en een prettige reis.