Урок 9 

 

LES TIEN (10)

Tiende les
KOFFIEVISITE

Goedemiddag, meneer Vermeer. Hoe gaat het met u?
Dank u wel, het gaat prima. En met u?
Ook goed, dank u. Gaat u zitten, alstublieft. Wilt u mij even excuseren? Ik hoor dat mijn nichtje aankomt.

Dag Hannie! Wat leuk je weer te zien. Je ziet er goed uit. Kom, ik stel je even voor. Dit is mijn nichtje, Hannie Schepers. En dit is meneer Vermeer.
Aangenaam, hoe gaat het met u?

Wilt u een kopje koffie, meneer Vermeer?
Ja, graag.
Wilt u sterke of liever wat lichtere koffie? En wilt u er suiker of melk in?
Niet te sterk, alstublieft. Eén suikerstick en een beetje melk.

Zeg eens, meneer Vermeer, is er nog nieuws? Hoe gaat het op het werk?
Het gaat redelijk goed. Ik mag niet klagen. En hoe gaat het bij u?
Eerlijk gezegd niet zo goed.
Dat is vervelend om te horen. Ik hoop dat het snel beter gaat.
Dat hoop ik ook. En hoe gaat het met uw neef Piet?
Heel goed, dank u. Hij logeert nu bij zijn oom op het platteland en voelt zich daar erg op zijn gemak.