LES VIJFENVEERTIG (45)
Vijfenveertigste les – Eerste deel
DE AUTO
Wie van plan is om met de auto door Nederland te reizen, moet weten dat men hier rechts rijdt en links inhaalt. In veel plaatsen gelden maximumsnelheden die men strikt moet naleven. Ook is het belangrijk om verkeersborden goed te volgen en
de auto alleen te parkeren waar dat is toegestaan.
Op de afbeelding zien we een personenauto met een zescilindermotor. Achterin bevindt zich de ruimte voor bagage, zoals koffers en tassen. Daar liggen ook het reservewiel, het gereedschap en de krik. De wagen staat bij een benzinestation,
waar de bestuurder aan de pomp aangeeft hoeveel brandstof hij wil tanken.
Let nu op enkele belangrijke onderdelen van de auto: het chassis, de carrosserie, de motorkap, de wielen en de banden. Vooraan zitten de radiator en de motor. Binnenin vindt men het stuur en het dashboard met onder andere de
snelheidsmeter, kilometerteller en benzinemeter. Verder zijn er de pedalen voor gas, rem en koppeling, en natuurlijk de handrem. De voorruit is uitgerust met ruitenwissers.
Tweede deel – MOEILIJKHEDEN MET DE AUTO
Zou U mijn auto eens willen controleren? Er is iets niet in orde, maar ik kan niet precies zeggen wat. Ik heb de bougies schoongemaakt en ook de ontsteking en carburateur nagekeken, maar dat hielp niet.
Het lijkt me verstandig dat U de wagen hier achterlaat, mijnheer. Dan kan een monteur hem grondig bekijken. Komt U over een uur nog eens langs.
En, heeft U het probleem gevonden?
Ja, gelukkig is het niets ernstigs. Er zit een lek in de benzineleiding. Die kunnen we eenvoudig vervangen.
Dat is een opluchting. Wilt U dan, nu de auto hier toch is, ook de accu opladen, de olie verversen en het chassis smeren? De reserveband moet worden gerepareerd en de bandenspanning gecontroleerd.
Zou U ook de remmen willen afstellen? Ze deden het vanmorgen niet goed. Ik slipte bij een bocht en raakte een lantaarnpaal. Het linker spatbord en de bumper zijn wat beschadigd. Kunt U dat ook herstellen?
Dat kan allemaal worden geregeld, maar dan is de auto vanavond nog niet klaar.
Dat is geen probleem. Dan haal ik hem om acht uur op.
LES ZESENVEERTIG (46)
Zesenveertigste les – Eerste deel
HANDEL EN INDUSTRIE
In de grote havensteden Rotterdam en Amsterdam komen dagelijks grote zeeschepen aan en vertrekken er weer. Ze vervoeren goederen van en naar alle delen van de wereld. Nederland moet veel grondstoffen invoeren, zoals katoen, wol, kolen,
olie, benzine, ijzer en staal. Ook producten als koffie, thee, tabak, cacao, specerijen en wijn worden geïmporteerd.
Tegelijkertijd voert Nederland veel producten uit. Daartoe behoren machines, schepen, textiel, porselein, glas en aardewerk. Ook de landbouw- en tuinbouwproducten zijn van groot belang. Elk jaar worden enorme hoeveelheden bloembollen,
planten, zaden, groenten en fruit naar het buitenland verkocht. Een bekend voorbeeld zijn de bloemenveilingen in Aalsmeer, waar elke ochtend duizenden verse bloemen worden geveild.
Ook zuivelproducten nemen een belangrijke plaats in. Nederlandse kaas, boter, eieren, vleeswaren en zuivel in blik zijn wereldwijd bekend. Het Nederlandse keurmerk staat voor hoge kwaliteit.
Tweede deel – EEN ZAKENGESPREK
Ik zou graag mijnheer Jonker spreken.
Mijnheer Jonker is op dit moment in overleg. Heeft U een afspraak?
Nee, maar wilt U hem mijn visitekaartje geven? Ik denk dat hij mij wel zal willen ontvangen.
Mijnheer De Gruiter, neemt U plaats. Wat kan ik voor U doen?
Ik vertegenwoordig de firma Bergmans & Co. in Johannesburg. Wij hebben daar een groot import- en exportbedrijf en zijn geïnteresseerd om Uw producten op de Zuid-Afrikaanse markt te introduceren.
Ik ken Uw firmanaam, maar wij hebben nog niet eerder samengewerkt. Wat stelt U voor?
Wij werken voornamelijk op basis van commissie.
Dat zou voor ons acceptabel kunnen zijn. Wij leveren c.i.f. Durban, en verdere kosten zijn voor Uw rekening. Betaling vindt plaats via een wissel met drie maanden zicht. Gaat U daarmee akkoord?
Ja, dat lijkt mij uitstekend.
Ik moet dit voorstel wel eerst met mijn zakenpartner bespreken. Ik zal hem meteen even bellen.
Zeven, twee, vijf, drie, zeven, acht… Ja, Vermeulen? Met Jonker. Kun je even naar kantoor komen? Ik heb hier een interessant voorstel dat we samen moeten bespreken. Over vijf minuten? Prima, tot zo.