Урок 29 

LES NEGENENTWINTIG (29)

Negenentwintigste les

EEN STRAAT IN AMSTERDAM

We bevinden ons in de Leidsestraat, een van de meest levendige straten van Amsterdam. Aan weerszijden liggen winkels van allerlei grootte, daarnaast kantoren en eetgelegenheden. Op de stoepen lopen veel mensen die stilstaan bij de etalages. Op de rijbaan is het voortdurend druk met auto’s, taxi’s, trams en vrachtauto’s. Natuurlijk ziet men ook overal fietsen, zoals zo typisch is voor Nederland.

Het oversteken van de straat kan gevaarlijk zijn als men niet goed oplet. Men moet wachten tot een verkeerslicht of een politieagent aangeeft dat het veilig is. Het is verstandig om eerst naar links en daarna naar rechts te kijken. Op zeer drukke plaatsen zijn midden in de straat speciale rustpunten aangelegd, waar voetgangers even kunnen wachten.

’s Avonds worden de straten verlicht door elektrische lampen. In de grote straten hangen deze vaak aan kabels boven de weg. In woonwijken staan lantaarnpalen langs de stoep. In winkelstraten zorgen ook de verlichte etalages en reclameborden ervoor dat het ’s avonds bijna net zo licht is als overdag.


LES DERTIG (30)

Dertigste les

HOE MEN DE WEG VRAAGT

Pardon meneer, kunt U mij zeggen hoe ik bij het Concertgebouw kan komen?
Dat is nogal ver. Het gemakkelijkst is om met de tram te gaan.
Weet U misschien welke lijn ik moet nemen?
Dat durf ik niet met zekerheid te zeggen. U kunt het beter even aan die agent daar vragen.
Dank U.

Goedemorgen, kunt U mij vertellen welke tram naar het Concertgebouw rijdt?
Ja hoor, dat is lijn drie. Die vertrekt vanaf de halte aan de overkant van de straat. Vraag de conducteur maar om U te waarschuwen.
Hartelijk dank.

Is dit de tram naar het Concertgebouw?
Ja, dat klopt. We stoppen vlakbij.
Wilt U mij een seintje geven wanneer ik eruit moet?
Zeker, meneer. … Even doorlopen alstublieft! … Volgende halte: Concertgebouw! Waar is de heer die daar moet zijn?
Hier ben ik.
U kunt hier uitstappen.
Dank U wel.