Урок 27 

LES ZEVENENTWINTIG (27)

Zevenentwintigste les

ZEE- EN LUCHTREIZEN

Vorige week, op woensdag, bracht ik een vriend naar de haven. Hij vertrok met een groot passagiersschip naar New York. Ik mocht even mee aan boord om alles te bekijken. Vanaf het dek zag ik enorme kranen die koffers en vracht omhoog tilden en deze in het ruim lieten zakken.

Ook de bemanning was druk aan het werk. De kapitein stond op de brug en gaf aanwijzingen. Plotseling klonk er een signaal. De bezoekers liepen snel terug naar de loopplanken. Even later begon het schip te varen. De passagiers stonden langs de reling en zwaaiden naar hun familie en vrienden op de kade. Langzaam gleed het schip de haven uit, langs pakhuizen en werven, en werd steeds kleiner tot het uit het zicht verdween.

Enkele dagen daarna moest ik zelf naar Brussel reizen. Omdat ik weinig tijd had, koos ik voor het vliegtuig. De luchtvaartmaatschappij stelde een bus beschikbaar die ons naar het vliegveld bracht. Daar stond het toestel al klaar. We gingen aan boord en vertrokken precies om twaalf uur. De vlucht verliep snel en na een soepele landing kwamen we zonder problemen aan.


LES ACHTENTWINTIG (28)

Achtentwintigste les

AAN BOORD

Passagiers met bestemming Harwich, wilt U hier verzamelen!
Houdt U Uw paspoort gereed, alstublieft.
Eerste klas via de loopplank rechts, tweede klas links.

Zo, nu zijn we aan boord. Blijven we op het dek of gaan we naar binnen?
Ik weet het niet zo goed. Ik word namelijk snel zeeziek.
Maak U geen zorgen. De zee is vandaag heel rustig en de overtocht zal vast prettig zijn. Ik haal wel twee ligstoelen, hier in de zon.
Goed, ik probeer het dan maar. Hopelijk hebt U gelijk.

Reist U vaak?
Ik vermijd zeereizen meestal. Een paar jaar geleden moest ik het Kanaal oversteken en dat was geen fijne ervaring.
Waarom kiest U dan niet voor het vliegtuig?
Dat zou ik inderdaad eens moeten doen. Slechter dan een ruwe zee kan het haast niet zijn, en bovendien is het veel sneller.

Kijkt U eens, de kust komt al in zicht, daar in de verte. We zullen ons zo wel moeten voorbereiden om van boord te gaan. Ik hoop dat de douane snel gaat.
Hebt U iets aan te geven?
Nee, deze keer helemaal niets.