Les vier
EEN GESPREK
— Waar woont u?
— Ik woon in een rustige wijk aan de rand van de stad.
— Hoeveel kamers heeft uw huis?
— Beneden hebben we de hal, de woonkamer en de keuken. Boven zijn twee slaapkamers, een werkkamer en de badkamer.
— Zijn de slaapkamers boven?
— Ja, alle slaapkamers zijn boven.
— Heeft u een tuin?
— Ja, twee zelfs: een voortuin met bloemen en een achtertuin met een moestuin.
— Wat kweekt u in de moestuin?
— Tomaten, spinazie, uien… soms bloemkool.
— Heeft u veel fruitbomen?
— Nee, maar we hebben er een paar.
— Houdt u van tuinieren?
— Ja, het is rustig en ontspannend.