- Ik kan goed Nederlands spreken.
- Ik kan dat.
- Kun jij...?
- De man moet vandaag hard werken.
- Mag het kind een koekje eten?
- Ik mag dat wel.
- Wij willen graag naar het strand gaan.
- Wilt u...?
- Laten we gaan.
Modale hulpwerkwoorden
kunnen
moeten
hoeven niet
mogen
willen
graag
laten
te
zullen
ik
kan
goed
Nederlands
spreken
de
man
moet
vandaag
hard
werken
mag
het
kind
een
koekje
eten
wij
willen
graag
naar
strand
gaan