- Zullen we morgen naar de markt gaan?
- Gaan we...?
- Ik ga een nieuwe auto kopen.
- Het zal morgen hard regenen.
- Het gaat regenen.
- Ik ga slapen.
- Ik zal je helpen.
- Zullen we eten?
- Ik zou gaan.
gaan
zullen
intentie
Vlaanderen
zal
zouden
zullen
we
morgen
naar
de
markt
gaan
ik
ga
een
nieuwe
auto
kopen
het
zal
hard
regenen