- Ik heb gisteren in de tuin gewerkt.
- De man heeft een vogel gezien.
- Wij zijn naar de winkel gelopen.
- Ik heb gelopen.
- Het kind is snel gegroeid.
- Ik heb mijn sleutels vergeten.
- Ik ben zijn naam vergeten.
Perfectum
Voltooid Tegenwoordige Tijd (VTT)
't kofschip
hebben
zijn
werk
gewerkt
zien
gezien
lopen
gelopen
fietsen
rijden
groeien
gegroeid
groei
sterven
worden
vallen
gaan
stoppen
blijven
gebeuren
vergeten
ik
heb
gisteren
in
de
tuin
man
heeft
een
vogel
wij
naar
winkel
het
kind
is
snel
ge
naar de winkel