Аудио 15 

 

 

  • De man werkte in de tuin.
  • Hij zag een vogel op het dak.
  • Wij liepen samen naar de winkel.
  • Het kind lachte om de grap.

Imperfectum
Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)
Midden
't kofschip
Stam
Ablaut
werk
werkte
zien
zag
lopen
liepen
helpen
hielpen
lachen
lachte
kijken
keek
kiezen
koos

de
man
in
tuin
hij
een
vogel
op
het
dak
wij
samen
naar
winkel
kind
om
grap